×
×

Veelgestelde vragen

Heb je een vraag over Netwerk Praktijkbedrijven of over de integrale aanpak van ammoniak- en methaanuitstoot in de melkveehouderij? Wellicht tref je hieronder het antwoord aan.
Kan je via de zoekfunctie van de website geen antwoord op je vraag vinden en staat je vraag niet in dit overzicht? Neem dan contact op via info@netwerkpraktijkbedrijven.nl.

In samenwerking met de onderzoekers doen wij er alles aan om onderstaande informatie actueel en juist te houden. Je kunt echter geen rechten aan de antwoorden ontlenen.

Algemeen

Wat is de aanleiding van het project?

Ruim 15.000 melkveebedrijven vormen de basis van de melkveesector in Nederland. De melkveehouderij is grondgebonden en heeft daarmee een grote rol binnen de groene ruimte. In het klimaatakkoord staan ambitieuze klimaatdoelen benoemd voor 2030 en 2050. De melkveehouderij staat voor de uitdaging om de emissies van methaan, maar ook ammoniak, in Nederland te verlagen. Een uitdaging die hand in hand moet gaan met werkbare maatregelen in de praktijk.

Er zijn daarom praktijkrijpe maatregelen nodig die zowel de emissies van ammoniak als die van methaan reduceren. En die concreet aansluiten op de bedrijfsvoering zonder tegengesteld effect te hebben. Daarnaast moeten ze wetenschappelijk goed onderbouwd zijn, daadwerkelijk meetellen en geen negatief effect hebben op bijvoorbeeld diergezondheid, dierenwelzijn, weidegang of biodiversiteit. Uiteraard mét behoud van economisch perspectief. Maatregelen met maatwerk op bedrijfsniveau dus. Want niet iedere melkveehouder, bedrijf of koe is immers gelijk.

Welke partijen hebben het Netwerk Praktijkbedrijven tot stand gebracht?

Het Netwerk Praktijkbedrijven is een initiatief van LTO Noord en Wageningen Livestock Research, in samenwerking met het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Het maakt onderdeel uit van de Klimaatenveloppe waar meerdere projecten onder vallen.

Wat onderscheidt het project Netwerk Praktijkbedrijven van andere onderzoeksprojecten?

Aangezien op het melkveebedrijf alles met elkaar samenhangt, is het nemen van maatregelen om emissie van zowel ammoniak áls methaan te reduceren een schakel die doorwerkt in het gehele bedrijf op het gebied van voeren, bemesten, ruwvoerteelt en -winning. Binnen het project wordt daarom integraal gekeken naar welke maatregelen welk effect hebben op zowel de ammoniak- als methaanreductie. Veel onderzoeksprojecten kijken vaak maar naar een specifiek onderdeel van de bedrijfsvoering. En veelal in een optimale onderzoeksomgeving of met voorlopersbedrijven.

Voor het Netwerk Praktijkbedrijven is elk type bedrijf en ondernemer in principe geschikt. Naast voorlopers dus ook de niet-voorlopers. Het Netwerk bouwt voort op reeds opgedane kennis en voegt nieuwe kennis toe door middel van praktijkonderzoek. Beide emissies gezamenlijk aanpakken door aan de slag gaan met bekende en nieuwe maatregelen. Dit combineren met onderzoek op het eigen bedrijf. En laten zien hoe het werkt, met welke effecten op de emissies maar ook op de bedrijfsvoering. Een deelnemer werkt dus actief mee aan onderzoek, geeft inzicht in bedrijfsdata en inspireert anderen.

Hoe wordt het Netwerk Praktijkbedrijven gefinancierd?

De financiering is afkomstig van het ministerie van LNV in het kader van het klimaatbeleid.

Worden de provincies ook bij de uitvoering van het Netwerk Praktijkbedrijven betrokken?

Vanuit 11 provincies in Nederland zijn onderzoeks-, demonstratiebedrijven en ambassadeurs vertegenwoordigd. Per provincie is het afhankelijk of zij het Netwerk actief willen volgen en/of ondersteunen. Het Netwerk is hier volgend in en heeft geen doelstelling om in alle provincies extra activiteiten te ontplooien.

Onderzoek

Wat zijn de reductiedoelstellingen voor de onderzoeks-, en demonstratiebedrijven en ambassadeurs?

Aan de onderzoeksbedrijven is een reductiedoelstelling van 20-30% in 2024 gesteld, ten opzichte van 2020. Aan de demonstratiebedrijven is een reductiedoelstelling van 15-30% in 2024 gesteld, ten opzichte van 2020. De ambassadeurs hebben geen reductiedoelstelling vanuit het Netwerk Praktijkbedrijven.

Wat is de meeteenheid van de emissiereducties?

De emissies worden bewust uitgedrukt in kg emissie per bedrijf in plaats van per kg melkproductie. Het is de uitdaging om in absolute zin de totale emissie aan methaan en ammoniak in Nederland te reduceren, dus in kilogrammen ammoniak en emissie.

Wat zijn de referentiewaardes voor de reductiedoelstellingen van de onderzoeks- en demonstratiebedrijven?

Bij de monitoring van de reductiedoelstellingen wordt onderscheid gemaakt tussen:

(1) de deelnemende melkveebedrijven in het Netwerk gezamenlijk als groep en
(2) de reductie van de individuele melkveebedrijven afzonderlijk

Bij de groepsmonitoring (1) gaan we uit van het gemiddelde van de individuele bedrijven. Voor het vaststellen van de referentiewaarde voor de deelnemers van het Netwerk – als groep – sluiten we aan bij de ‘Duurzame Zuivelketen’ en het Klimaatverdrag van Parijs. Hierbij wordt:

  • de methaanreductie ten opzichte van de emissie in 1990 uitgedrukt in kg CO2-eq per kg melk. Hierbij is het totaal omgerekend naar CO2-eq per kg door de totale emissie (in megaton) CO2-eq te delen door de hoeveelheid geproduceerde kg melk (in miljarden kg). Nagenoeg komt dit overeen met de methaanemissie in 2017;
  • de ammoniakreductie t.o.v. de emissie in 2011 uitgedrukt in kg ammoniakemissie per ton melk.

Bij het vaststellen van de referentiewaarde voor de individuele melkveehouderijbedrijven (2) in het Netwerk wordt uitgegaan van:

  • een methaanreductie t.o.v. de score in de KringloopWijzer in 2020, uitgedrukt in kg methaanemissie op bedrijfsniveau.
  • een ammoniakreductie t.o.v. de score in de KringloopWijzer in 2020, uitgedrukt in kg ammoniakemissie op bedrijfsniveau.

Deze groepsreferentie (1) geeft inzicht in hoe het Netwerk Praktijkbedrijven zelf als groep scoort ten opzichte van de rest van de gehele melkveesector. De individuele referentie (2) daagt de deelnemers vooral uit om het beste uit zichzelf te halen. Bedrijven binnen het Netwerk die al heel scherp scoren met hun bedrijfsemissies in 2020 dagen we uit hun best doen om nog verder te komen.

Wat gebeurt er met de uitkomsten van het project?

Binnen het Netwerk Praktijkbedrijven wordt de uitdaging aangegaan om gelijktijdig ammoniak- en methaanemissie te reduceren. Welke maatregelen werken wel en hebben een groot/klein effect? En welke werken niet in de praktijk zoals gedacht op basis van wetenschappelijk onderzoek? De uitkomsten kunnen maatregelen zijn die zowel onderbouwd zijn als werken in de praktijk. Daarbij worden de resultaten steeds gedeeld met collega-boeren, adviseurs, loonwerkers en andere geïnteresseerden. Zodat ook zij van de ervaringen kunnen leren en inspiratie op doen om aan de slag te gaan.

Als blijkt dat iets niet werkt, dan is dat ook een uitkomst van het project en iets om over door te praten. De doelstellingen zijn immers opgenomen in de klimaatwet (algemeen voor alle sectoren in Nederland: 49% reductie in 2030, doelstelling voor de melkveehouderij ruwweg 25%) en de stikstofwet (50% reductie in 2035). Voor zowel de sector als het (toekomstige) beleid zijn realiseerbare doelen van belang voor de ontwikkeling van verdere wet- en regelgeving op het gebied van klimaat.

Hoe zijn de metingen binnen het Netwerk Praktijkbedrijven vormgegeven?

Het Netwerk onderscheidt drie type bedrijven: onderzoeksbedrijven, demonstratiebedrijven en ambassadeurs. De meeste metingen vinden plaats op de 10 onderzoeksbedrijven. Op de onderzoeksbedrijven vinden experimenten plaats en de resultaten van deze experimenten worden gemeten. Vandaar dat op deze bedrijven dagelijks vastgelegd wat er wordt gevoerd (zowel kwaliteit en kwantiteit). Ook worden op deze wekelijks vers gras-monsters genomen en vinden er eens in de XXX meetweken plaats waarbij XXX. Daarnaast vindt op een deel van deze bedrijven maar ook bij enkele demonstratiebedrijven continue emissiemetingen plaats in de stal.

Wordt er ook gekeken naar/ rekening gehouden met de manier waarop meetmethodes in het buitenland worden uitgevoerd?

De onderzoekers die betrokken zijn bij de emissiemetingen bij stallen en het mest uitrijden werken volgens protocollen die Europees geaccepteerd zijn. Zij zijn ook op de hoogte van onderzoeken in het buitenland.

Waarom maakt het Netwerk Praktijkbedrijven gebruik van de KringloopWijzer?

De KringloopWijzer is vanwege meerdere redenen de rode draad binnen het project. Allereerst is het hét managementinstrument voor de melkveehouder. Ook sluiten de gebruikte rekenregels aan bij de NEMA, de rekensystematiek waarmee Nederland beleidsmatig nationaal, én internationaal, mee afrekent. Voor zowel ammoniak, als ook de broeikasgassen. Daarnaast geeft het ons houvast om op bedrijfsspecifiek niveau de monitoring vorm te kunnen geven.

Draagt het Netwerk Praktijkbedrijven ook bij aan de borging van de KringloopWijzer?

De te verzamelen data op de deelnemende bedrijven van het Netwerk wordt ook gebruikt voor het verbeteren van het managementinstrument KringloopWijzer, waar het de rekenmodellen en onderlinge relaties tussen kengetallen betreft. Ook andere modellen worden op deze manier aangescherpt en geactualiseerd.

Deelnemers

Wat voor (type) bedrijven zijn als onderzoeks-, demonstratiebedrijf of ambassadeur betrokken bij het Netwerk Praktijkbedrijven en hoe zijn zij geselecteerd?

Omdat de deelnemers van het Netwerk Praktijkbedrijven een inspiratierol vervullen is een representatieve afspiegeling van de Nederlandse melkveehouderijsector een vereiste, zodat iedere Nederlandse melkveehouder zich aangesproken voelt en zich kan herkennen in een van de deelnemers. Om deze reden zijn zoveel mogelijk verschillende type bedrijven en ondernemers geselecteerd voor deelname. Dit betreft zowel voorlopers als niet-voorlopers, intensieve en extensieve bedrijven, gangbare bedrijven maar ook enkele biologische bedrijven. De werving is breed uitgezet waarbij iedereen met belangstelling zich kon aanmelden. De selectie heeft vervolgens plaatsgevonden op basis van de kennismakingsgesprekken en aangeleverde gegevens. Er is tijdens de werving en selectie geen onderscheidt gemaakt tussen leden en niet-leden van LTO Noord, LLTB en ZLTO. Het is aan de LTO-organisaties zelf, buiten het project om, om hun betrokkenheid zichtbaar te maken.

Worden de eigen (rantsoen/mest)adviseurs van de deelnemers ook betrokken bij deelname aan het Netwerk Praktijkbedrijven?

Ja, de aanpak binnen het Netwerk Praktijkbedrijven is erop gericht dat de eigen adviseurs van de deelnemers meegenomen worden bij de verschillende activiteiten. Zodra de opstartfase van de deelnemers is afgerond zullen de adviseurs van de deelnemers ook inhoudelijk bijgepraat worden tijdens nog te organiseren bijeenkomsten.

Methaan

Hoe verhoudt het Netwerk zich naast methaan tot lachgas (en andere broeikasgassen)?

Onze eerste focus ligt (naast ammoniak) op methaan, maar we kijken uiteindelijk naar het eindplaatje voor broeikasgassen, dus naar CO2-equivalenten. Hierin zijn methaan (CH4), koolstofdioxide (CO2) en lachgas (N2O) meegewogen. Een maatregel die leidt tot een reductie van CH4, maar tot een verhoging van CO2-eq, levert namelijk geen klimaatwinst op. Ook willen we afwenteling (waarbij een maatregel emissiereductie oplevert, maar anderzijds emissie verderop in de keten alsnog vrijkomt) en uitruil (een maatregel mag niet ten koste gaan van een ander duurzaamheidsthema) voorkomen.

Wordt er ook gekeken naar en/of gebruik gemaakt van (lopende) onderzoeken van fokkerijorganisaties op het gebied van methaan?

Ja, we gaan gebruik maken van de uitkomsten van lopend onderzoek die WUR-collega’s nu samen met fokkerijorganisaties uitvoeren. Via de onderzoeksbedrijven is er zelfs overlap met dat onderzoek. Daarnaast gaan we ook kijken of we mogelijk volgend jaar als Netwerk ook nog zelf sniffers (methaanmeetapparatuur) gaan plaatsen op een aantal onderzoeksbedrijven.

Maatregelen

Hoe worden maatregelen geborgd?

De werkwijze van het Netwerk is er standaard op gericht dat er naast de wetenschappelijke- en praktijkonderbouwing van maatregelen ook aandacht is voor het geborgd krijgen van een maatregel. Waar het Netwerk aanvullende of nieuwe kennis oplevert die bijdraagt aan de borgingsvraagstukken, dan wordt dat doorgegeven. In eerdere projecten (voorlopers van het Netwerk) is samen opgetrokken met handhavers en vergunningverleners waardoor vanuit praktische voorbeelden meer inzicht in elkaars vragen en argumenten is verkregen. Dat zal binnen het Netwerk opnieuw gaan gebeuren.

Kan emissiereductie ‘verwaard’ worden in euro’s?

We werken in het Netwerk Praktijkbedrijven aan drie voorwaarden:

  1. goed wetenschappelijk onderbouwen van een maatregel
  2. zorgen dat een maatregel ook praktisch toepasbaar is
  3. zorgen dat een maatregel goed te borgen is, en dat het reducerende effect meetelt

Een maatregel is pas te verwaarden in euro’s als eerst aan al deze drie voorwaarden wordt voldaan. Verwaarden zelf kan vervolgens op verschillende manieren: via verwaarding in de keten, via ontwikkelruimte (bijvoorbeeld intern salderen) of via initiatieven zoals die nu worden ontwikkeld bij de Nieuwkoopse Plassen (het verleasen van stikstofruimte). Het hoeft dus niet altijd letterlijk om euro’s te gaan.

Het verdunnen van mest in de stal wordt gezien als emissiebeperkend. Uit de eerste resultaten van onderzoek van de Dairy Campus komen bij mest-scheidende vloeren afwijkende resultaten. Wat is de relatie tussen de TAN en mestscheiding?

Het verlagen van de TAN (totaal ammoniakaal stikstof) leidt altijd tot minder emissie uit de stal. Het sproeien van water over vloerroosters gecombineerd met de verdunning in de kelder leidt tot forse emissiereductie. De WUR-onderzoekers die bezig zijn met het sproeien/verdunnen van mest en mest-scheidende vloeren zijn ook betrokken bij het Netwerk. Zodra er meer kennis beschikbaar is over het onderzoek op Dairy Campus zullen we die delen.

Wanneer er meer op bedrijfsniveau wordt beweid, wordt er slechter gescoord op de KringloopWijzer. Resulteert dit in een vermindering van het BEX-voordeel?

Weidegang leidt tot minder ammoniakemissie. Met het Netwerk gaan we de zoektocht aan om te bezien hoe extra weidegang ook bij kan dragen aan het verlagen van de methaanemissie. De KringloopWijzer bestaat uit meer onderdelen dan de BEX alleen. Denk ook aan de BEA of bijvoorbeeld BEP. Bij de BEX is het de keuze: óf gebruik maken van het forfait óf bedrijfsspecifiek aantonen met de BEX. Een BEX-voordeel is niet voor iedereen haalbaar, dat is een gegeven.

Het Netwerk beschouwt de KringloopWijzer als een managementinstrument. Weidegang, grasopname en graslandmanagement kennen een continu (door)ontwikkeltraject binnen de KLW. Als Netwerk gaan we daar ook extra data en informatie voor aanleveren.

Helpt het toevoegen van water tijdens het mestuitrijden aan het reduceren van ammoniakemissies?

Verdunnen met water zorgt voor lagere ammoniakemissie bij het mestuitrijden met een sleepvoet op veen en klei. We doen op dit moment ook onderzoek naar het effect van verdunnen met water bij een zodenbemester op zand. Daar zijn nog geen definitieve eindresultaten beschikbaar. Maar uit de tussenresultaten blijkt het effect van verdunnen bij zodenbemester op zand op emissiereductie nog niet. Zodra we meer weten zullen we dat delen.

Ga je door het gebruik van kruidenrijk grasland naar extensief grasland? En resulteert deze maatregel in reducering van je methaanuitstoot?

Er zijn aanwijzingen dat het hebben van extensief grasland positieve effecten heeft op de methaanuitstoot. Hierbij is de vraag: hoeveel volume voer komt er van een hectare af? En ga je hierdoor minder dieren houden of extra voer of zelfs grond aankopen? Vanuit technisch oogpunt kan dit werken voor het reduceren van methaan, maar is het ook bedrijfseconomisch interessant? Daarnaast moet ook onderzocht worden hoe dit voor de ammoniakuitstoot uitpakt.

Wordt er bij het opstellen van maatregelen voor het reduceren van emissies ook rekening gehouden met verdienmodellen?

Naar verdienmodellen wordt vooral vanuit het perspectief van de maatregelen zelf gekeken, in relatie tot de bedrijfsvoering. We kijken niet primair naar een verdienmodel waar het de reductie van de emissie op bedrijfsniveau zelf betreft. Het Netwerk Praktijkbedrijven focust op inhoud en het bereiken van praktijkrijpe maatregelen die er toe doen bij de reductie van ammoniak en methaan. Waar we als Netwerk inhoudelijk een bijdrage kunnen leveren zullen we dat niet nalaten. Het is echter geen doelstelling binnen het Netwerk.

Biedt het fokken en het houden van oudere koeien ook mogelijkheden voor een lagere methaanuitstoot?

Als een koe ouder wordt produceert zij minder methaan. Ook heeft dit een positief effect op ammoniak en is het economisch gezien interessant. Management op het gebied van de uier en vruchtbaarheid is dan erg belangrijk. Het fokken geeft grote mogelijkheden om de methaanuitstoot te reduceren. Er is namelijk een grote variatie tussen individuele dieren en dat biedt kansen.

Is schuimvorming op de mest ongewenst en hoe kan dit voorkomen worden?

Dit is bekend probleem, zie ook https://edepot.wur.nl/371232 (Rapport ’Schuimvorming op mest - melkvee’ uit 2009). De gassen die bij schuimvorming vrijkomen zijn best gevaarlijk in verband met de hoge concentraties methaan (CH4), waterstofsulfide (H2S) en ammoniak (NH3). Dit komt vooral door de oude laag mest onderin de put (entmateriaal). Een mogelijke oplossing is het (volledig) schoonmaken van de put. Ook is er een middel op de mark (genaamd antispumin) dat het schuim kan verminderen. Dat neemt de oorzaak niet weg, maar vermindert de oppervlaktespanning.

Overige informatie (voor externe partijen / de pers)

Is het mogelijk om een samenwerking aan te gaan met het Netwerk Praktijkbedrijven?

Mocht je belangstelling hebben voor een mogelijke samenwerking, neem dan contact op via info@netwerkpraktijkbedrijven.nl. Vermeld hierbij nadrukkelijk waar het over gaat en welke vorm van samenwerking gezocht wordt. Voor het moment ligt alle aandacht bij de opstart van het Netwerk. Acquisitie wordt niet op prijs gesteld.

Hoe blijf ik op de hoogte van het Netwerk Praktijkbedrijven?

Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van alle ontwikkelingen.