×
×

(Te) natte en droge kuilen

De eerste snede gras die geoogst wordt voor de winterperiode is voor de meeste veehouders ook een hele belangrijke oogst. De kwaliteit en smakelijkheid van dit gras is meestal net wat beter dan de andere snedes gedurende het jaar. Als deze oogst anders gaat dan gewenst, komen er vaak vragen over hoe je hier mee om moet gaan. 2021 had voor het oogsten van voer relatief extreme weersomstandigheden. Hoe ga je om met een hele natte of juist met een hele droge kuil?

Het voorjaar van 2021: nat, natter, natst … en dan eindelijk zon

In de laatste week van april en de eerste dagen van mei 2021 zijn de eerste percelen gras geoogst. De opbrengst was aan de lage kant: de omstandigheden waren heel goed, en de kwaliteit van het gras was bijna te goed.

Hierna volgde een zeer groeizame periode waarin bijna elke dag wel wat regen viel. In principe dus geen weer om gras te oogsten. In het weekend vanaf Hemelvaartsdag (13 mei 2021) was de weersvoorspelling gunstig met zon en wind. Overal in het land maakten melkveehouders plannen om gras te oogsten, want er was ondertussen veel bijgegroeid. Maar helaas was er weinig zon, weinig wind en regelmatig regen. Dus absoluut geen drogend weer voor het gemaaide gras.

Na het Hemelvaartsweekend kwam er weer een periode met (soms heel veel) regen, en relatief lage temperaturen. Door de regen werd er geen gras geoogst, maar het gras groeide wel ontzettend hard door. In de laatste dagen van mei sloeg het weer om en kwamen we in een droge periode met hogere temperaturen en veel zon. Ideaal weer om gras te oogsten, wat dus ook gebeurde.

Hoe ziet de grasopbrengst er uit van de eerste snede in 2021?

Het resultaat van dit voorjaarsweer is dat er eigenlijk drie tijdstippen waren waarop gras is geoogst:

  • (Blok 1) Eind april / begin mei: gemiddeld lichtere snede met hoge kwaliteit onder zeer gunstige omstandigheden.
  • (Blok 2) Midden mei: goede opbrengsten met slechte omstandigheden.
  • (Blok 3) Eind mei: zeer zware snede onder zeer gunstige omstandigheden.

Door de extreme verschillen in vooral het tweede en derde blok is de kwaliteit van de kuilen ook extreem. Veel melkveehouders stellen vragen hoe ze om moeten gaan met hun (te) natte of juist met hun (te) droge kuil.

De kwaliteit van de kuilen in het tweede blok kunnen als volgt worden samengevat:

  • Extreem nat ingekuild (16-26% DS). Afhankelijk van wel of geen geluk met de buien kon het gras een beetje drogen, of het werd nog natter dan het gras op stam.
  • De opbrengst was al heel goed, daardoor al wat lager eiwit gehalte dan gewenst (verdunning).
  • Bij kuilen die “zuiver” (zonder veel zand (RAS)) geoogst zijn ontzettend veel zuurvorming (vooral melkzuur) en een iets verhoogde ammoniak-fractie.
  • Bij kuilen met meer verontreiniging (RAS > 130) vaak ook hoger boterzuur en/of azijnzuur.
  • Totaliteit vaak fris zure, best smakelijke kuilen, die zeer (te) snel fermenteren in de pens van de koe.
  • Energiedichtheid gemiddeld redelijk tot goed (880-950 VEM / kg DS).

De kwaliteit van de kuilen in het derde blok kunnen als volgt worden samengevat:

  • Veel droger ingekuild (> 35-60% DS)
  • Extreem hoge opbrengst (> 5-9 ton DS / ha)
  • Heel laag RE (90-125 RE totaal / kg DS)
  • Heel veel ruwe celstof (RC), vaak laag ADL (lignine) en goede verteerbaarheid.
    • Bij slechte botanische samenstelling (zoals kweek, ruwbeemd, straatjesgras en riet) ook direct slechte verteerbaarheid!
  • Moeilijker vast te rijden, dus broeigevoelig
  • Voldoende rest suiker en melkzuur productie, dus wel smakelijk.

Hoe moeten we nu omgaan met deze kuilen?

Het is moeilijk om op deze vraag een sluitend antwoord te geven. Daarvan kunnen de eigenschappen van de kuilen te bedrijfsspecifiek zijn. Toch wat algemene adviezen.

Kan ik mijn natte kuil uit blok 2 voeren?

Deze kuilen zijn te nat om als enig ruwvoer te verstrekken. Dus combineer het voeren van deze kuilen, als het enigszins kan, met drogere kuilen. Deze natte kuilen zijn wel smakelijk en relatief weinig broeigevoelig. Bij lage boterzuur en ammoniak-fractie mag de voersnelheid daarom iets lager liggen. Het beste is om deze kuil te verdelen over meerdere diergroepen, dus ook naar het jongvee (ook niet alleen). Met het goed aanvullen van energie in het totale rantsoen kunnen deze kuilen een prima productie geven met goede eiwitbenutting.

Hoe moet ik mijn natte kuil uit blok 2 bewaren?

Belangrijk attentiepunt bij de bewaring: zet na het openen van de kuil geen extra gewicht op de kuil. Sommige veehouders doen dit om broei te voorkomen; dat is namelijk een zeer goed hulpmiddel bij droge kuilen. Maar bij deze natte kuilen pakt het toevoegen van extra gewicht op de kuil echter helemaal verkeerd uit. De kuil ‘scheurt’ door het extra gewicht af, en komt gedeeltelijk naar voren ‘gegleden’. Er ligt dan een grote hoeveelheid los voer en er ontstaat veel contactoppervlak met de lucht. Het resultaat is dat het voer vooral op het afgescheurde vlak gaat schimmelen. Dus laat de druk stabiel vanaf het inkuilen, dan is er weinig tot niets aan de hand.

Kan ik mijn droge kuil uit blok 3 voeren?

Dit ligt aan je kuilsamenstelling. De opbrengst was namelijk hoog, met overal nog veel blad. Op percelen met mindere botanische samenstelling was er al heel veel aarvorming, bij veel Engels Raaigras viel het mee. Dit is een belangrijk verschil, dat terug te zien is in de kuil.

Bij de relatief goede kuilen zien we een VC-OS op de kuiluitslag van > 73% en een NDF verteerbaarheid > 70%. Bij deze kuilen zien we ook standaard lage RE gehalten. Uitgedrukt in OEB zelfs regelmatig een negatieve OEB.

Deze kuilen zijn heel goed voer, met als beperkingen mogelijk de broeigevoeligheid (hier dus wel extra gewicht opbrengen!) en heel nadrukkelijk te weinig eiwit. Dit eiwit-tekort zal aangevuld moeten worden. Het advies is om RE op de ondergrens te optimaliseren. Maar doe dit met beleid en streef naar een evenwichtig rantsoen (verhouding pens- en darmverteerbaar eiwit en energie). Door de specifieke eigenschappen is er wel een kans om prima te melken met een hele hoge eiwitbenutting.

De andere kwaliteit die we zien zijn duidelijk te lage verteerbaarheden. Dit komt ook uitgedrukt in de VEM tot uiting, tot onder 800 VEM / kg DS. Bij een VC-OS van < 73% en NDF verteerbaarheid < 68% zijn de kuilen eigenlijk niet geschikt voor hoogproductief melkvee. Helaas zal het in de meeste gevallen wel moeten, maar probeer de kuil dan te voeren over zoveel mogelijk diergroepen. Combineer het voeren van deze kuil bij de melkkoeien daarom met andere kuilen. De afweging die je bij het voeren van deze kuil moet maken is of je gaat voor maximale productie of voor optimale productie op basis van aandeel krachtvoer en voerkosten. Overweeg voor het optimaliseren de inzet van een vochtig bijproduct. Als het past in het rantsoen, is daar de benutting van eigen ruwvoer mee te verhogen.

Een andere mogelijkheid is om de kuil dicht te doen / dicht te laten, en te reserveren voor bijvoeding in de weideperiode van 2022. Er kunnen dan eiwitrijkere kuilen van zomer en najaar 2021 gevoerd worden. De eiwitcorrectie in het rantsoen met andere producten is dan lager. De eiwitarme kuil in de zomer bij voeren geeft een extra benutting van het verse eiwitrijke gras. Kijk hierbij naar RE maar ook zeker naar OEB. Uiteraard is het afhankelijk van de kwaliteit van alle kuilen (en andere voedermiddelen) die aanwezig zijn, maar het geeft een kans om op jaarbasis een hogere, betere eiwitbenutting te realiseren uit eigen ruwvoeders.

Lees verder